Reisverslag december 2009, met 19 Nederlanders naar het Zongoproject in Ouezindougou

Verslag van Jolanda Peters moeder van Noa en Isa.

Er is ook een mooi verslag van Esther van de Leeuw en Annet die al eerder naar Burkina waren afgereist.

20 december 2009

Er reist een flinke groep Nederlanders (19) naar Ouagadougou, Burkina Faso, om het festival en het project in Ouezindougou te gaan bezoeken. Jan (Wilms) en Esther (van het Zongoproject), Loek en Annet wachten ons op met een grote bus, zij zijn al een poosje in Burkina. Ze hebben lang moeten wachten, want de reis heeft vier uur vertraging opgelopen.
Spannend allemaal. Midden in de nacht is het en we rijden nog naar Koudougou, de stad waar onze partner van het project, Bouba Berehoudougou, woont.
Het is warm en de sterren aan de hemel zijn heel goed te zien. In de bus vallen er al een paar in slaap, vooral de kinderen. Er zitten wel 7 kinderen in het reisgezelschap. (Even tussendoor, voor al die mensen die bij basisschool de Trinoom betrokken zijn; o.a. Anke (8) en Noa (9) uit de klas van Petra en Heidi en het zusje van Noa, Isa (6), uit de klas van Maaike en Ingrid, maar natuurlijk ook Jens en Roelie de kinderen van Jan en Juul en Bart, de kids van Loek.)
‘s Morgens vroeg, half vijf komen we aan en we vallen de stapelbedden in. Fijn dat we bij Bouba terecht kunnen, het is er een kleine oase in het oh zo andere land dan Nederland.

21 december

De volgende ochtend ontdekken de kinderen de tuin van Bouba. Er is een tafelvoetbalspel (oké, dat kennen we wel), maar er zijn ook pauwen, papegaaien, honden, een schildpad van wel ± 70 cm groot en een hertje, natuurlijk Bambi genaamd.
De schildpad wordt in een later stadium Happertje genoemd, want Anke wordt door het beest gebeten. Wendie, de mama van Anke slaapt nog, maar gelukkig is Paul (ook van het Zongoproject) in de buurt en vangt haar met rust en kalmte op. Noa maakt zich nog wel zorgen dat Anke naar het ziekenhuis moet, maar gelukkig is dat niet zo, want Anke heeft een spuit gekregen tegen Tetanus, weet de inmiddels wakker geschrokken Wendie te vertellen. Eind goed al goed. Aan het einde van de vakantie krijgt Anke een kleine houten schildpad, een heilig dier ….
We ontbijten on-Afrikaans, stokbrood met jam, appelstroop en zelfs hagelslag (meegenomen natuurlijk). Later in de vakantie is er alleen nog maar stokbrood met jam (of oliebollen en dat is echt waar).

We gaan met de bus een toertje maken door de omgeving. Eerst gaan we naar tuinen kijken waar groenten worden verbouwd. Het is een voorbeeld zoals we later ook bij het project van Ouezindougou gaan zien. Er worden binnen een omheining putten gegraven om het land te bewateren. Ze verbouwen er groente zoals wortels, uien en Afrikaanse aubergines.
Na de tuin rijden we door Koudougou. De derde stad van Burkina, maar ter vergelijking; er zijn maar op drie of vier kruispunten verkeerslichten. Langs de weg zie je veel stalletjes opgebouwd uit flinke takken met dakjes van riet of golfplaat. Er lopen vrouwen met grote schalen op hun hoofd met koopwaar, bananen of wortels. Mannen drinken thee (volgens een speciale manier klaargemaakt) en winkels zijn grotendeels in de open lucht. Banden voor auto’s, meubels (van die lompe bruine degelijke grote banken, met dikke kussens), fietsen (Burkina is een fietsland) en nog veel meer. Benzine voor je brommer kun je hier in een glazen fles kopen. Die staan opgesteld op een gammel tafeltje met een klein golfplaten dakje. Koudougou heeft ook de grote benzinestations zoals wij die kennen (hoewel zonder etenswaren) en mobile telefoonwinkeltjes. Kleine hokjes waar vooral kaarten voor beltegoed worden verkocht. Vaak kun je je kaartje ook gewoon bij een mannetje dat door de straten loopt kopen, samen met een pakje zakdoekjes of een nep gouden horloge.

We reposeren (rusten uit/doen een dutje) wat in de tuin en gaan later op de dag naar een ander project van Bouba. Het weeshuis in Latou. Dit project loopt nu iets meer dan 10 jaar en Bouba is er bijzonder trots op. Een aantal kinderen van het eerste uur is nu oud genoeg om op eigen benen te staan en te beginnen in een baantje of een vervolgopleiding in Bobo Dialasso of Ouagadougou. We krijgen een rondleiding. Er zijn slaapzalen voor jongens en meisjes met stapelbedden (klamboes), een ruimte waar gestudeerd wordt, maar waar ook gefeest kan worden, of spelletjes gedaan. Er is een gebouwtje waar een arts een paar keer per week komt. Zowel de kinderen van het weeshuis als de mensen van Latou kunnen bij de arts op bezoek gaan. Er is een kookruimte, maar op het moment dat wij er zijn worden er buiten op een houten vuurtje een soort van deegkoekjes gefrituurd. Erg lekker. We zien her en der kranen. Sinds kort is er een waterleiding aangelegd. Het water komt uit een groot reservoir dat hoog in de lucht staat. Voorheen waren er alleen pompen. (Zoals er ook twee in Ouezindougou komen) Dat had al tot gevolg dat er veel minder zieken waren dan in de tijd van de open putten. De kranen zijn dus wel heel luxe.
Na de rondleiding krijgen we een kleine voorstelling. De kinderen stellen zich eerst allemaal keurig voor, dus dat doen wij ook. Bouba weet dat ik Afrikaanse liedjes zing en vraagt of ik een lied wil voordragen. Oeps, slik, oké, gelukkig weet ik een leuke. De kinderen vinden het grappig. Zij zingen er ook een aantal, sommigen doen alleen wat, de brutaalste die durven. Op het laatst worden we de vloer op getrokken en dansen we met z’n allen een dansje. Wat een vrolijke boel.
In Koudougou is er een groter spectacle (frans/afrikaanse uitdrukking voor optreden) georganiseerd in een hotel. Hippe straatjongeren brengen hippe Afrikaanse swingende vaak reggae -achtige / hiphop muziek ten gehore. Ze spelen versterkt en weten een aantal dames op de dansvloer te krijgen. Het valt niet mee, dat freestylen …. Als klap op de vuurpijl krijgen ze van Bouba de muziekapparatuur voor twee jaar te leen. Ze zijn er super blij mee.

We worden naar Bouba’s huis vervoerd in twee jeeps, waarvan eentje met een grote laadbak. De kinderen willen natuurlijk allemaal in de laadbak, grote pret, iets wat in Nederland never nooit niet mag.
Iedereen is “pangaar”, vroeg naar bed en morgen op naar Ouezindougou.

22 december

We gaan met de hele groep drie dagen naar het dorp van het Zongoproject in Ouezindougou. Er wordt een festival gehouden. Een onderdeel van het project waar de mensen van Ouezindougou heel trots op zijn. Er is heel hard gewerkt door de inwoners van het dorp. De traditionele hutten die drie jaar geleden gebouwd zijn (toen was er ook een festival samen met het fotoproject van Jan Wilms met de opening van het gemeenschapshuis) zijn helemaal opgeknapt en opnieuw beschilderd. Dat is altijd nodig, want door de regenval in de regentijd slijten de leemlagen snel. Er zijn vier nieuwe hutten bijgebouwd in een erfje, wat al snel klein Buggenum (dorp waar Jan en zijn familie woont) wordt genoemd. Er zijn modernere huisjes gebouwd, die iets beter bestand zijn tegen het weer.
Er is een sanitair gebouwtje gemaakt, de grote trots van Esther (Esther is met Jan meermalen in Ouezindougou op bezoek geweest). Twee luxe franse hurktoiletten en twee douches met grote douchekop. Een mooi wasbakje van kalebas gemaakt met een kraantje. Een grote 450 liter tank voor het water staat op het dak. Die wordt bijgevuld door mannen die met een ezelskarretje een oliedrum vol water aanvoeren en emmer voor emmer naar boven dragen. Met die wetenschap ga je heel anders douchen. Als je je gaat inzepen zet je toch even de kraan dicht. Overigens heeft het gebouwtje geen dak, dus als je ‘s avonds douchet sta je onder de sterrenhemel.
Dat is nog niet alles. Er is een podium aangelegd en overkappingen voor een gedeelte van het publiek. Als klap op de vuurpijl is er zelfs tl-verlichting die werkt op een aggregaat. Helaas werkt aan het einde van de avond nog maar 1 lamp. Hoewel helaas, de maan is zo fel dat je je eigen schaduw kunt zien.

De groep loopt door een mooie boog gemaakt door Jan en zijn vriend Loek. Een welkomstboog voor de festival bezoekers, versierd met foto’s van Jans fotoproject van drie jaar geleden. Wendie en de kinderen maken nog een fleurige vlag met  “Bienvenue à Ouezindougou” erop gekleurd.
Bij het gemeenschapshuis aangekomen nemen we binnen een kijkje. Jan zijn foto’s zijn er nog. Het zijn foto’s van grote families van Ouezindougou op hun erf en foto’s van kleinere families uit Buggenum voor hun grote huis. Maar al snel moeten we naar buiten, want er komt een grote groep vrouwen zingend aangelopen. We worden door hen welkom geheten en krijgen ieder wat water uit een kalebas te drinken. (We doen net alsof, want het is putwater, we willen graag gezond blijven.) Erg mooi en kleurrijk zien ze er uit al die vrouwen. Ze stralen, want ze zijn trots.

Dan gaan we het terrein verkennen. De hutten, de nieuwe huisjes, het podium. Het sanitaire huisje wordt ludiek geopend door er de eerste toiletrol op te hangen. In klein Buggenum wordt een klein theatertstukje opgevoerd door een oude man die er zit met allerlei Afrikaanse attributen. De essentie was het ontvangen van de gasten, maar de vrouwen van het dorp hadden vooral erg veel lol. Ik zelf ontmoet hier mijn vriendin Awa Nikiema. Haar heb ik de vorige keer leren kennen tijdens het dansen van de vrouwen. Deze keer leer ik haar een stuk beter kennen, zo ook haar kinderen en familie. Het is een heel vrolijk en ontroerend weerzien. Ook Noa en Isa leren haar een beetje kennen.
Elk huisje is op een bijzondere manier beschilderd, in klein Buggenum zijn nog vrouwen bezig stippen te verven op het muurtje. Het ziet er prachtig uit.

Alle bezoekers zoeken een onderkomen. Wendie en Anke gaan met vrienden in een modern huisje. Onze familie gaat in een traditioneel huisje. Iets wat Isa heel graag wilde, want ze kent de foto’s van haar grote zus bij zo’n huisje de vorige keer.
Al snel is er bezoek van heel veel kinderen die komen kijken. Grappig, maar soms ook heel vervelend. Onze  kinderen krijgen het soms helemaal op de heupen van het staren. Soms is het ook heel leuk en worden er grapjes gemaakt, maar hoe dat werkt heeft niet iedereen meteen in de gaten. Het is echt een groot verschil tussen hier en daar. Zo kennen de kinderen van Ouezindougou geen tikkertje. Nu inmiddels wel, maar we zijn twee dagen bezig geweest om dat uit te leggen.

Een aantal mensen in de groep willen wat beter de taal leren.
“Qui es mamé?”, Hoe gaat het?
“La fie!”, het gaat goed!
“Qui es mamé zakaramba?” Hoe gaat het met de familie?
“La fie bala!”, het gaat heel goed!
“Qui es mamé toumba?” Hoe gaat het met het werkdrie?

We krijgen avondeten in het gemeenschapshuis. Het eten is heel erg goed verzorgd. Twee keer per dag krijgen we warm eten. Rijst met saus en vlees, spaghetti met kip, rijst met pindasaus of couscous of brochettes van rundvlees, ook heel erg lekker. Soms een beetje raar om in Afrika zo goed te eten. We blijven dan ook binnen de muren met ons eten en frisdrankje.

‘s Avonds wordt Jan, Paul en mij gevraagd een “petit spectacle” op te voeren op de balafon. Dat willen we wel doen. We gaan naar klein Buggenum met als publiek onze medereizigers. Dat duurt echter niet heel lang. Binnen no-time staan er ladingen kinderen buiten de muurtjes mee te kijken. Natuurlijk vragen we ze binnen op het erf te komen en het wordt een reuze gezellig feestje bij het licht van 1 tl-buis. De vrouwen en mannen die de hele dag op het feestterrein hebben doorgebracht komen er ook bij staan. We doen ons uiterste best en hebben er vreselijk veel lol in. We vragen zelfs de vrouwen mee te dansen en jawel hoor, dat doen ze. Toch wel heel vreemd, blanke mensen die Afrikaanse muziek maken. Op het laatst wil Paul ze nog het lied Sila leren, het lied wat we voor de school gebruikt hebben met de woorden: “Tis de hartslag die ik hoor, tis de hartslag die ik voel, hier op de nieuwe school op de Trinoom”. Het komt een beetje langzaam op gang, ze zijn een beetje verlegen, maar ten lange leste zingt iedereen mee. En net zoals op de Trinoom horen we later her en der kinderen het liedje zingen.

23 december

Het festival gaat vandaag beginnen. Op het terrein is er bedrijvigheid, er worden door kooplieden kraampjes ingericht, er worden op het terrein etenswaren verkocht. Eigenlijk alsof je naar Pinkpop gaat, maar dan op zijn Afrikaans.

Zo ook de aanvang van het festival. Dat moet natuurlijk heel officieel gedaan worden. Daarvoor is de burgemeester uitgenodigd, maar deze belangrijke meneer verplaatst de opening gewoon naar 15.00u. Voor ons Westerlingen onvoorstelbaar, maar hier gaat dat zo. De burgemeester is niet echt de burgemeester van Ouezindougou, maar van Sabou feitelijk een veel groter gebied waaronder ook Latou (weeshuis).

Dan maar op bezoek bij de grote familie Zongo. Niet de familie van de voorstelling, met Zongo Karim en Mouni. We mogen het erf uitgebreid bekijken en vragen stellen over dingen die er op het erf te zien zijn. Ze laten de weefgetouwen zien en de plek waar het graan gemalen wordt. De keuken in de buitenlucht (een pot op een houtvuurtje) en de put waar water uit wordt gehaald. (Nog een open put.) Elke vouw heeft haar eigen hut waar zij met haar kinderen slaapt. Er zijn meerdere vrouwen bij 1 man. Het is vreemd, maar je ziet dat de vrouwen voor elkaar en alle kinderen zorgen. Ook voor het gehandicapte meisje wat in de schaduw van de boom ligt en voor de oude man die in een luie stoel van stokken zit. Hij ziet niet veel meer, maar iemand waarschuwt hem als er bezoek komt en hij gaat staan om een hand te geven ter begroeting. Deze mannen dwingen veel respect af.

We gaan later op de dag naar de burgemeester om hem op te halen. Overal moeten we wachten, het is niet helemaal duidelijk wat de bedoeling is. Dan weer op de ene hoek van de straat dan weer een stuk verderop. We worden een beetje opstandig, want we hebben het gevoel dat we dingen van het festival missen. Uiteindelijk rijden we naar zijn erf. Een groot erf, omheind met muren waarop glasscherven zijn ingemetseld. Onder de bomen zitten nog meer mensen te wachten. Duidelijk belangrijke Afrikaanse mensen, in pakken en sjieke  kleding. Dikke mannen en stadse Afrikaanse vrouwen (grote kans dat ze een pruikje op hebben, dat is namelijk hip …) Sommigen van ons hebben het er over gewoon maar zelfstandig terug te gaan, maar dan gaat het ineens loos. Schijnbaar is de burgemeester vertrokken in een geblindeerde auto. Iedereen moet als een speer een auto vinden, maakt niet uit welke en daar gaan we dan in colonne. Richting festival.

Als we daar aankomen staan duizenden mensen ons daar rijen dik op te wachten en laten ze de auto’s passeren. De muziekanten maken muziek en mensen zingen en dansen. Alle groepen die meedoen staan opgesteld. Als bij donderslag verdwijnt het opstandige gevoel. Aha, daar was al die moeite voor. We worden onthaald als vorsten. De prominenten en de blanke mensen die het mogelijk hebben gemaakt dat er een festival is gekomen. Een heel onwerkelijk, bijzonder en voor sommigen emotioneel gevoel. Ik denk ook even aan de Trinoom, want dit welkom is ook een dank je wel voor de school waarmee we toch maar 10.000,- hebben opgehaald.
De mensen zijn echt heel blij. Ze zijn trots. Ze hebben in dit dorp heel wat bereikt. Dit festival is daar relatief gezien maar een klein onderdeel van, maar wel bij uitstek de mogelijkheid alles aan iedereen te laten zien.
We stappen uit de auto’s en lopen naar de “tribune” waar stoelen voor ons en de prominenten zijn gereserveerd. Gelukkig zitten we verscholen achter de hoge heren en dames. Het is heel warm misschien wel 40 graden en we zitten zelfs in de schaduw.

Dan beginnen de toespraken. Bouba spreekt, Jan Wilms natuurlijk. Jan heeft een nieuw grapje. Hij bedankt voor het applaus, maar zegt dat hij eigenlijk liever een veel groter applaus krijgt, of dat ook mogelijk is? En ja hoor, dat is best mogelijk. Nou moet je weten dat het in Afrika eigenlijk helemaal niet gebruikelijk is applaus te geven. Dit is typisch iets wat de blanke bezoekers meenemen. Het levert veel lachende gezichten op.
De burgemeester spreekt, nou ja, leest voor van een briefje, en een meneer waarvan ik eigenlijk niet goed weet wat zijn functie was. Door hem realiseerde ik me ineens wat voor een impact stichting de Zongofamilie heeft op het dorp. Het is niet alleen de watervoorziening, de graanbank en het tuinenproject. Het is het saamhorigheidgevoel. De mogelijkheid voor de vrouwen zich te kunnen uitspreken en hun krachten te bundelen. Clubjes jonge mensen die plannen maken. Inspiratie om iets te ondernemen. Om het samen te doen. Met steun, maar voornamelijk door zelf actie te ondernemen. De prominente man bedankte de Nederlanders voor hun steun en zei dat we één van hen waren, inwoners van Ouezindougou.

Tussen de toespraken door was er muziek en dans. En daar zijn ze geweldig in. Het indrukwekkendste is toch wel het masker dansen. Heilige beesten stellen ze voor. Het zijn een soort pino’s om het oneerbiedig uit te drukken, maar dan fel groen, rood en zwart. Met houten maskers; een koe, een krokodil of een hert. De dansers komen van ver begeleid door hele bijzondere muziek (uit koeiehoorns bijvoorbeeld en bellen) aangelopen en eenmaal op het podium dansen ze een solo. Ze hebben een soort skistokken bij waar ze hoog mee omhoog springen. Soms lijkt het of je aan de manier van dansen kan zien welk dier het is. Woest buigen ze diep naar beneden om snel helemaal achterover te slaan.

Na de ceremonies gaan we eten. Een buffet, aangeboden door de burgemeester. Er is zelfs cognac. Onderdeel van het buffet zijn ook spiesjes rundvlees. Deze komen niet van de burgemeester, want dit is DE koe. Als groep hebben we namelijk het dorp een koe cadeau gedaan. We zijn hem nog gaan bewonderen, wat het dier niet zo fijn vond, het was een beetje een gestreste koe (wie weet wist ie wel wat er te wachten stond). Maar de spiesjes waren heerlijk. En het grootste gedeelte is naar de dorpsbewoners gegaan.
Hierna krijgen de prominenten een rondleiding. Trouwens er is televisie bij. Twee dagen later zitten we met de groep in Bobo Dialasso in een restaurant te eten als we op de televisie, als bij stom toeval, Jan en Bouba voorbij zien komen in een interview. Dat interview vond plaats tijdens die rondleiding. Echt heel grappig was dat.

Terug naar het feestgedruis. Overal is er wel wat te doen. Op de ene plek is er een dans met heel veel mensen bezig. Dit is Paul zijn dans, de vorige keer heeft hij ook al mee gedaan. Mensen herkenden hem en vroegen meteen of hij weer mee wilden doen. Het is een dans waar men lopende in een kring eerst de stok van de ene buurman met je eigen stok moet slaan en dan de andere. Precies in de maat natuurlijk en ook precies de juiste buurman anders loopt alles in de war.
Een paar vrouwen van het reisgezelschap gaan met de vrouwendans meedoen. Het is niet meer dan een grote kring vrouwen die klappen en zingen volgens een bepaald patroon. Op het goede moment springt er iemand in de kring en start er een ander klappatroon. Er worden hier aardig wat grapjes uitgehaald onderling. Als laatste laat je je met je rug in de muur van vrouwen vallen, je wordt dan opgevangen. Net als bij stagediven. We voelen ons al aardig ingeburgerd. We dragen kleding die we van de mensen hebben gekregen en snappen de grapjes. Het is snel donker en de tl-verlichting doet het niet helemaal goed meer. Maar dat mag de pret niet drukken.

Voor de kinderen is het een drukke dag geweest en sommigen zijn de aandacht meer dan zat. Anke, Noa en Isa trekken zich met Wendie terug in het huisje om gewoon onder elkaar spelletjes te doen en te slapen.
Maar buiten is het feest nog in volle gang. De band Frere Dembele uit Ouagadougou gaat nog spelen. Het is inmiddels helemaal donker en er werkt nog 1 tl-buis en de geluidsinstallatie. De band bestaat uit twee ngonispelers (kalebassen met met een lange stok erop met snaren, mix tussen een harp en een gitaar), een balafoonspeler (houten Xylofoon) en een kalebasdrummer. Ze spelen erg leuk. Een aantal vrouwen gaat weer lekker dansen. De gebroeders hadden Paul en mij uitgenodigd met hun mee te doen. Dat was natuurlijk een eer en erg leuk om te doen. Later op de avond hebben we nog meer naar hen geluisterd, maar dan onversterkt. Dat was eigenlijk vele malen mooier. Vooral de basngoni had een prachtig diep en warm geluid.
Nog later was er Afrikaanse disco (hele harde versterkte Afrikaanse hiphopmuziek), maar dat trokken de witte bezoekers allang niet meer. Ze lagen te luisteren in de hutjes, slapen was best moeilijk, maar de dorpsbewoners zijn schijnbaar helemaal uit hun dak gegaan. Zoiets bestaat eigenlijk helemaal niet in een dorp zonder stroom.

24 december

Vanavond begint Kerstmis, maar dat is niet echt wat ons bezig houd die morgen.
We willen vandaag de school en de tuinen gaan bezoeken, maar er is een kink in de kabel, want de auto van Bouba heeft een ernstig ongeluk gehad. Bouba is de hele dag bezig met de auto en het ziekenhuis. Hoe het echt gaat met de bestuurder weten we niet echt, “ça va” zeggen ze, maar eigenlijk weet je dan nog niets. Na twee weken weten we zeker dat de man uit het ziekenhuis is. Gelukkig, de auto is volledig aan gort.
Improviseren dan maar.
Eerst komt het dorpshoofd Ladji. Hij wil zijn dank uitspreken. Hij heeft vier mooi versierde kalebasjes meegenomen. Jan en Esther krijgen er natuurlijk eentje. Ze hebben veel werk verzet, zijn samen met Bouba de connectie met Nederland. De burgers van Buggenum krijgen ook een kalebas, deze wordt door Marie-José (een inwoonster van Buggenum) in ontvangst genomen. De band met Buggenum is duidelijk, iedere dag kunnen de mensen van Ouezindougou de Buggenenummers bekijken op de foto’s van Jan. In Buggenum is de basis van het project gelegd. Daarom krijgen ze opdracht ook een kalebas af te geven bij de burgemeester van Buggenum voor in het gemeentehuis.
Jan heeft gereedschap meegenomen. Dat geeft hij, en hij spreekt natuurlijk nog een dankwoordje voor iedereen. Er zijn ansichtkaarten van Ouezindougou ooit gemaakt, die zijn natuurlijk geweldig om hier weg te geven.
Jan is in zijn element. Hij heeft veel gedaan. Onzichtbaar vaak, maar als je zou kijken hoeveel mailtjes, telefoontjes, ritjes en weet ik niet wat nodig zijn geweest om hier zo met zijn allen te kunnen staan ……
Om de bewoners van Ouezindougou een beetje duidelijk te kunnen maken wat wij in Eindhoven allemaal gedaan hebben heb ik fotoboekjes gemaakt die een goed beeld geven van het superfeest in mei op de Trinoom. Paul en ik leggen e.e.a. uit aan de omstanders en overhandigen een boekje aan Ladji. Hij zal wel wat hulp nodig hebben, de man is helaas blind, maar dat zal wel goed komen. We overhandigen er ook eentje aan Zongo Karim, HET uitgangspunt van de Zongovoorstelling. Hij vind het geweldig. Hij glundert van oor tot oor. We nemen met hem samen het boekje door en realiseren ons dat het voor deze mensen waarschijnlijk echt heel moeilijk voor te stellen is wat er in Nederland gebeurd is.

Er is vervoer geregeld en we kunnen naar de school. Er is daar al een grote menigte kinderen aanwezig. We gaan een klaslokaal binnen waar de banken vol zitten met kinderen. Isa, Anke, Noa, Roelie en Jens (en Marie-José) gaan tussen de kinderen zitten. De hele groep bezoekers heeft aardig wat aan cadeaus bij elkaar verzameld; pennen, schriften, opblaasknuppels (spelletje), kleertjes, bij elkaar een koffer en twee grote tassen vol. Deze worden aan de kinderen aangeboden. Ismael (Bouba’s steun en toeverlaat) neemt voor Bouba waar. Hij vertelt de kinderen over de totstandkoming van het festival en wat we hier doen. Hij begeleid ons ook als we de tekeningen van de Trinoom overhandigen. Noa en Anke geven de collage aan een meisje met prachtig ingevlochten haren. Of ze het wooden shoe (klomp) concept begrijpt, ik weet het niet, maar de fotootjes van de klasgenoten zijn heel duidelijk. Isa heeft van haar klas ook tekeningen meegekregen en geeft ze aan een verlegen jongetje. Natuurlijk vertellen we ook hier over het project op de Trinoom en ook de school krijgt een fotoboekje.
In de klas zitten natuurlijk niet alle kinderen, er zijn er veel meer, dus buiten doen we het verhaal nog een keertje dunnetjes over. Als klap op de vuurpijl zingen we het lied Sila (tis de hartslag die ik hoor) nog een keer. Paul wil ze het ook hier leren, maar dat was helemaal niet nodig. Bijna alle kinderen zongen meteen mee.
Enthousiast worden we uitgezwaaid en achterna gerend als we wegrijden. Op naar de tuinen.

Het geld wat we ingezameld hebben was hoofdzakelijk voor het landbouwproject en voor twee waterpompen. Een waterpomp bij de school en een waterpomp op een andere strategische plek. Helaas kunnen we deze nog niet bekijken. Het is gewoon niet de goede tijd geweest dit de verwezenlijken. Het grondwater moet goed laag staan, anders mislukt de pomp. Deze watervoorzieningen gaan in februari of maart gebouwd worden.
Het landbouwproject kunnen we wel in volle glorie zien. Als we aankomen zien we al meteen het grote verschil met de andere tuinen die we gezien hebben. Er staat hier namelijk een ijzeren hek omheen. Voorheen waren dat altijd rieten hekken, of hekken van de stengels van de gierst. Zo’n hek is zo kwetsbaar met al dat loslopende vee en de regenval, dat het heel veel onderhoud vergt. Met een ijzeren hek kunnen ze de tijd veel beter besteden. Er is dan ook al aardig wat geoogst van dit veld. Het veld bestaat uit allemaal kleine vakje omringd met minidijkjes. Er is een put gegraven, waaruit water wordt gehaald om de vakje te bewateren. Veel werk, maar wel effectief. Ook hier groeien wortels en uien, maar ook tomaten en ze hebben ook rijst geplant. De opbrengst is in eerste instantie voor de families zelf, maar het is al gelukt ook groenten op de markt te verkopen, extra inkomsten dus. Tot nu toe zijn deze geïnvesteerd in nieuwe zaden. Er was ook zaad opgestuurd vanuit Nederland, maar dat is helaas niet aangeslagen.
De vrouwen werken goed samen. Ieder district heeft een chef, en er is een hoofdchef. Een oudere indrukwekkende vrouw. Het is duidelijk dat men respect voor haar heeft. De sfeer is gemoedelijk. De kinderen hebben een beetje meegeholpen met planten water geven. Mooi hoor om te zien.

Het einde is in zicht. We verzamelen onze grote hoeveelheden bagage en nemen afscheid van onze nieuwe vrienden. Wat kan er veel gebeuren in twee drie dagen. Geweldig.
We houden zeker contact, met Awa Nikiema, Zalisa Zongo, Boubacar Zongo, Boukary, Salif, Lucy, Azara, Sita, Amér, Biba, Kortime, Rassmata,Rouamba, Regema, Hamidou …..

Kerstavond

We zitten weer heerlijk te relaxen bij Bouba in de tuin. Even op adem komen, want het is me wat. Er wordt een heerlijk “Kerstbuffet” op tafel getoverd. Rijst met pindagroentesaus, frietjes en salade.
Morgen gaat ieder zijn eigen weg. Een gedeelte gaat nog een week door Burkina reizen een andere groep gaat nog naar Mali (Tombouctou en Dogon).

Bouba wil echter nog terugkijken met de groep. We gaan met zijn allen gezellig op matten bij elkaar zitten en Bouba spreekt uit wat hij er allemaal van gevonden heeft. Hij is dankbaar en trots, fiér op zijn Frans. Veel mensen hebben los van elkaar samen gewerkt en veel bereikt. Hij is blij dat hij onderdeel was van het geheel. Hij vind ook dat we elkaar met enthousiasme hebben aangestoken. (Ook Jan vind dat trouwens.) En het allerbelangrijkste, dat dat in een wisselwerking met Ouezindougou is geweest. Doordat mensen in Ouezindougou plannen zijn gaan maken is er enthousiasme in Nederland ontstaan, maar zonder enthousiasme vanuit Nederland zouden er geen plannen zijn gemaakt. Het festival is een mooie uiting van het geheel. De bewoners kunnen trots zijn.
Bouba wil graag commentaar van ons. Wat zou er een volgende keer anders of beter kunnen en wat was er goed gegaan. Tevredenheid is het meest geuite commentaar. Hier en daar een opmerking waaruit blijkt dat we hier duidelijk met Westerlingen te maken hebben die echter nu ook met andere ogen proberen te kijken. Als klap op de vuurpijl steken we met de kinderen sterretjes aan.

Comments are closed.